olijfolie
olijvenpluk
olijfboom
olijfolie kopen
griekse olijven
extra Vergine
vergine olijfolie
olijfolie tips
olijfolie reizen
olijfolie pijnstiller
olijfolie links
advertenties |
Olijfolie als pijnstiller
Dat een mediterraan dieet met veel olijfolie gezond is, wordt al langer vermoed.
Wetenschappers hebben nu een mogelijke verklaring gevonden.
Olijfolie uit eerste persing (extra vergine) bevat een stof die
dezelfde eigenschappen heeft als de pijnstiller en ontstekingsremmer
ibuprofen. Dat staat in de nieuwste editie van het wetenschappelijk
tijdschrift Nature, die donderdag verschijnt.
Oleocantha
Het gaat om het bestanddeel oleocanthal. Hoewel de stof een andere chemische
structuur heeft dan ibuprofen, heeft hij dezelfde pijnstillende werking. Dat
blijkt uit onderzoek van de universiteit van Philadelphia in de Verenigde
Staten. Olijfolie zal echter niet direct verlichting bieden bij hoofdpijn. De
onderzoekers hebben berekend dat een dagelijkse consumptie van 50 gram
overeenkomt met 10 procent van de aanbevolen dagelijkse dosis ibuprofen als
pijnbestrijder voor volwassenen. Wetenschappers De wetenschappers denken
niettemin dat regelmatige consumptie van olijfolie uit eerste persing op de
lange termijn wel degelijk heilzame effecten kan hebben. Zo wordt bijvoorbeeld
vermoed dat ibuprofen ook kankerremmende eigenschappen heeft.
Olijfolie en uw gezondheid
Olijfolie behoort tot een van de meest natuurlijke en gezondste voedingsmiddelen
en is het beste vet onder de vetsoorten. Het heeft bijvoorbeeld het hoogste
percentage enkelvoudig onverzadigde vetzuren (70%) en het laagste aantal
meervoudig onverzadigde vetzuren (8%). En.... olijfolie heeft nog veel meer
gezondheidsbevorderende ingredienten. Een citaat uit de literatuur: "Herzschutz
mit Olivenöl". Neem bijvoorbeeld de stof "Oleuropein" of Vitamine E, een van de
vele bestanddelen van olijfolie. Dit zijn antioxidanten die het menselijke
lichaam beschermen tegen agressieve aandoeningen en oxidant-stress. (een
overmaat aan oxidatie waardoor celschade kan ontstaan) Oxidant-stress kan de
hartslagader aantasten waardoor bloedvaten beschadigd kunnen worden. Oleuropein
beschermt ook tegen de ontwikkeling van schadelijke stoffen die verkalking van
bloedvaten kunnen veroorzaken. Door het hoge gehalte onverzadigde vetzuren (80%)
heeft de olijfolie een cholesterol verlagende werking. "" Gezondheidseffecten
van kleine bestanddelen van olijfolie [Bron www.fonteine.com ] Deel I Auteurs:
Prof.dr. Gerd Assmann Prof.dr. Ursel Wahrburg Institute for Arteriosclerosis
Research, Universiteit van Münster, Duitsland
1 Inleiding
Het kenmerkende aan olijfolie is de verfijnde en unieke smaak. Deze unieke
smaak en het aroma zijn te danken aan een aantal bestanddelen, die in zeer lage
concentraties voorkomen in olijfolie. Terwijl het grootste gedeelte (>95%) van
de olie bestaat uit aan glycerine gebonden vetzuren, de zg. trigliceryden,
bestaat er ook nog een groot aantal bestanddelen dat alleen in kleine
hoeveelheden voorkomt. Niettemin zijn deze kleine componenten zeer belangrijk.
Uit onderzoek blijkt dat sommige bestanddelen een gunstige werking hebben op de
gezondheid, andere verbeteren de stabiliteit van de olie en wéér andere deeltjes
zorgen voor het unieke aroma van de olie. De kleinere bestanddelen van olijfolie
kunnen worden onderverdeeld in tocoferolen, fenolen, smaakdragers,
hydrocarbonaten en sterolen. In dit Fact Sheet zullen de belangrijkste
samenstellingen van de eerste drie categorieën worden besproken met betrekking
tot hun effect op de gezondheid en bijdrage aan de stabiliteit en smaak van de
olie. In een aparte brochure 'Gezondheidseffecten van kleine bestanddelen van
olijfolie (Deel II)' worden de koolwaterstoffen en sterolen besproken.
2 De kleinere componenten in olijfolie
2.1 Tocoferolen
Olijfolie bevat a-tocoferol, de tocoferol met het hoogste gehalte vitamine E,
variërend in hoeveelheden van 1,2 tot 43 mg/100gr (1-3). Volgens bepaalde
wetenschappers is de gemiddelde hoeveelheid in de olie ongeveer 12 tot 25
mg/100gr (3). Anderen hebben zelfs hogere waarden van 24 tot 43 mg/100gr (2)
gevonden. Het is duidelijk dat de in de olie aanwezige hoeveelheden afhankelijk
zijn van verscheidene factoren. Hoewel het wetenschappelijk materiaal over dit
onderwerp betrekkelijk schaars is, is gebleken dat zowel de cultivar, de
rijpheid van de vrucht, alsook de omstandigheden en de duur van opslag een
belangrijke rol hierbij spelen. Andere tocoferolen (ß en ã) zijn alleen in net
meetbare hoeveelheden aanwezig (1;3).
2.2 Fenolen
Het vruchtvlees van de olijf bevat fenolen die hoofdzakelijk in water
oplosbaar zijn, maar waarvan ook kleine hoeveelheden in de olie worden gevonden.
De groep fenolen omvat een verscheidenheid aan stoffen. Hiertoe behoren de
eenvoudige fenolen, zoals vanilline, galluszuur, coumarine zuur, cafeïne zuur,
tyrosol of hydroxytyrosol. Gemiddeld zijn deze eenvoudige fenolen met
4,2mg/100gr aanwezig in extra vierge olijfolie en met 0,47mg/100gr in
geraffineerde olijfolie. Verder bevat olijfolie secoiridoïn, zoals oleuropeïne
en ligstroside (respectievelijk 2,8mg/100gr in extra vierge olie en 0,93mg/100gr
in geraffineerde olie), of de meer complexe moleculen zoals lignines
(4,15mg/100gr in olie van eerste persing en 0,73mg/100gr in geraffineerde olie
respectievelijk) en flavonoïden, zoals apigenine of luteoline (4). Het gehalte
aan fenolische bestanddelen in de olie hangt af van de kweek en rijpheid van de
olijf tijdens de oogst. De concentratie van hydroxytyrosol, tyrosol en luteoline
bijvoorbeeld, neemt toe naarmate de vrucht rijper is (5), terwijl de totale
hoeveelheid van fenolen en a-tocoferol juist afneemt in een rijpere vrucht (2).
Totnogtoe is slechts op kleine schaal de biochemische bruikbaarheid van deze
substanties onderzocht. Visioli et al. hebben vastgesteld dat tyrosol en
hydroxytyrosol, afhankelijk van de dosering, van 60 tot 80% worden geabsorbeerd
van de totale opgenomen hoeveelheid.
2.3 Smaakdragers
Men denkt dat meer dan 70 bestanddelen een aandeel hebben in de unieke geur
en smaak van olijven en olijfolie. Daartoe behoren onder andere producten met
een oxidatieve werking van onverzadigde vetzuren, zoals de aldehyden;
bijvoorbeeld hexanal, nonanal, 1-hexanol of 2,4-decadienal. Bovendien dragen de
alifatische en aromatische koolwaterstoffen aanzienlijk bij aan de geur en de
smakelijkheid van de olie (1), net als alcoholen, ketonen, ether, esters, furan
en thioterpene derivaten.
3 De effecten van de kleine bestanddelen op de
gezondheid
3.1 Tocoferolen
Men neemt aan dat oxidatieve schade een cruciale rol speelt bij de
ontwikkeling van verschillende aandoeningen, zoals hart- en vaatziekten en
kanker. De afgelopen jaren is daarentegen steeds meer bewijs gevonden dat
anti-oxidanten zouden kunnen beschermen tegen deze oxidatieve schade en
LDL-oxidatie.
Sinds de jaren 80 zijn verscheidene epidemiologische studies verricht om het
verband vast te stellen tussen het gebruik van vitamine E en hart- en
vaatziekten. In plaats van een vitamine E-rijke voeding, werden hoge doses
vitamine E als supplement gegeven. Enerzijds is darbij geconstateerd dat inname
van supplementen met een hoge dosering vitamine E (>67 mg a-tocoferol/d)
gedurende minstens twee jaar het risico op hart- en vaatziekten aanzienlijk
vermindert ( risico afname 31-65%) (overzicht in (7)). Anderzijds hadden noch
een kortere termijn-, noch een lagere dosering (<67 mg/d) een significant effect
op hart- en vaatziekten (8).
In tegenstelling tot de uitkomsten van deze waarnemende studies, hebben
interventie onderzoeken tot op heden geen duidelijke resultaten opgeleverd. In
de Cambridge Heart Antioxidant Study (CHAOS) heeft het toedienen van 268 of 536
mg a-tocoferol per dag geleid tot een aanzienlijke afname in niet-fatale
myocardinfarcten. Daarentegen is een afname in het sterftecijfer door hart- en
vaatziekten of in het totale sterftecijfer niet waargenomen (9). In een tweede
preventie onderzoek, uitgevoerd door een groep Italiaanse wetenschappers, heeft
toediening van 300 mg a-tocoferol per dag gedurende drie en een half jaar, de
kans op sterfte of een myocard infarct evenmin kleiner gemaakt (10). In het jaar
2000 is nog een studie afgerond, waarin is aangetoond dat een dagelijkse
toediening van 268 mg a-tocoferol gedurende vier en een half jaar geen duidelijk
effect heeft op cardiovasculaire uitkomsten bij patiënten met een verhoogde kans
op hart- en vaatziekten (11). Concluderend leveren de tot nu uitgevoerde studies
geen overtuigend bewijs dat een vitamine E supplement als gezondheidsmaatregel
zou moeten worden aanbevolen.
Er bestaat echter, met betrekking tot bepaalde ziekten, veel informatie over
de heilzame effecten van vitamine E op het stofwisselingsproces. Boscoboinik et
al. hebben aangetoond dat a-tocoferol in fysiologisch relevante concentraties de
toename van glad spierweefsel in de vaatwand verhindert, een proces dat een rol
speelt bij de vorming van de zogenaamde intermediaire atherosclerose laesie
(12). Een andere groep heeft een afname waargenomen in het vrijkomen van
reactieve zuurstof, lipide peroxidatie, de afscheiding van interleukine-1ß en
adhesie van de monocyten aan het endotheel van gezonde personen, na een acht
weken lange toediening van een 800 mg/d supplement (13). Ook werd de
bloedplaatjesaggregatie verhinderd bij een vitamine E inname van 268 tot 804 mg
a-tocoferol/d (14). Deze resultaten houden geen verband met de anti-oxidatieve
werking van vitamine E, omdat deze niet te zien zijn bij andere lipide-oplosbare
anti-oxidanten. Het lijkt er meer op dat a-tocoferol een directe uitwerking
heeft op de uitdrukking van genen, zoals de genen die coderen voor adhesie
moleculen (15), of op de activiteit van enzymen zoals 5-lipoxygenium (16) of
proteïne kinase C (14).
Deze resultaten tonen dat vitamine E een heilzaam effect kan hebben op hart-
en vaatziekten door verscheidene mechanismen. Echter, omdat deze onderzoeken
zijn uitgevoerd met hoge doses vitamine E supplementen, moet nog worden
onderzocht of een zelfde effect kan worden verkregen bij gebruik van vitamine E
dat natuurlijk in voedsel aanwezig is, zoals in olijfolie. Een van de redenen
waarom de hierboven vermelde interventie onderzoeken niet een overtuigend
beschermend effect hebben aangetoond, zelfs niet bij hoge doses vitamine E
supplementen, kan liggen in het feit dat atherogenese een langdurig proces is,
waarvan de oxidatieve verandering van lipoproteïnen slechts een van de eerste
stappen is bij het ontstaan van de atherosclerotischelaesie. Zodoende kan het
werkelijke nut van het in onze voeding aanwezige vitamine E niet worden
aangetoond totdat meer langdurig preventief onderzoek is verricht (17).
Dergelijk primair preventief onderzoek is al uitgevoerd in dier modellen met
atherosclerose. Pratico et al. hebben kunnen aantonen dat oxidatieve belasting
van functioneel belang is bij de ontwikkeling van atherosclerose bij dieren.
Daarbij is tevens aangetoond dat deze oxidatieve belasting en ook de vorming van
atherosclerotische laesies in de aorta kan worden geremd door orale toediening
van vitamine E (18). Ook is in het jaar 2000 een publicatie verschenen van
Terasawa et al., waarin wordt beschreven dat in hetzelfde muismodel een
kunstmatig opgewekt vitamine E tekort atherosclerose doet toenemen (19).
Naast de eventuele heilzame werking op hart- en vaatziekten, is vitamine E
een effectief wapen in de strijd tegen kanker. Bij talrijke modellen met
proefdieren is geconstateerd dat vitamine E bescherming biedt tegen
verschillende soorten kanker (overzicht in 20). Voorts hebben onderzoeken bij
mensen aangetoond dat een laag vitamine E gehalte in het serum of plasma in
verband wordt gebracht met een verhoogde kans op long-, baarmoederhals- en
prostaatkanker. Tot nu toe hebben ook de interventie onderzoeken bij mensen
veelbelovende vroege resultaten opgeleverd. Heinonen et al. hebben ontdekt dat
een toediening van 50 mg a-tocoferol per dag gedurende meerdere jaren (tussen de
5 en 8 jaar), de incidentie van (-32%) en het sterftecijfer (-41%) bij
prostaatkanker in mannelijke rokers aanmerkelijk deed afnemen (21). In een
onderzoek naar het effect van vitamine E op vroegtijdig vastgestelde
pre-kwaadaardige laesies in de slokdarm en in de luchtwegen is geconstateerd dat
toediening van hoge doses a-tocoferol (268 mg/d) gunstige klinische en
histologische effecten heeft (22). Op het Chinese platteland van Linxian, waar
kanker in hoge mate voorkomt, heeft het toedienen van 30 mg a-tocoferol per dag,
in combinatie met selenium (50 mg/d) en ß-caroteen (15 mg/d) het totale
sterftecijfer teruggebracht met 9%. Deze reductie is hoofdzakelijk toe te
schrijven aan het lagere aantal kankergevallen, vooral maagkanker. Die
verkleinde kans is opgetreden één tot twee jaar nadat men is gestart met de
toediening (23). Samengevat, de tot nu toe uitgevoerde onderzoeken naar het
effect van vitamine E op de gezondheid, tonen aan dat dit micronutriënt in
verschillende opzichten heilzaam kan zijn. Wellicht zullen sommige resultaten
alleen worden verkregen, wanneer vitamine E in grote doses wordt toegediend.
Niettemin is het nog steeds aannemelijk dat de in olijfolie aanwezige
hoeveelheid vitamine E bevorderlijk is voor de gezondheid. Bovendien is het zeer
waarschijnlijk, en sommige van de in dit Fact Sheet voorgelegde onderzoeken (zie
ook alinea 3.2) steunen deze veronderstelling, dat, dankzij de synergistische
effecten , de combinatie van vitamine E en de andere kleine bestanddelen in
extra vierge olijfolie heilzamer is dan de som van die bestanddelen.
3.2 Fenolen
Over de krachtige anti-oxidatieve werking van fenolen is herhaaldelijk
geschreven. Owen et al. hebben het anti-oxidatieve vermogen van verschillende
fenolen in olijfolie geëvalueerd. Zij hebben tevens geconstateerd dat een grote
reeks van deze bestanddelen, zoals hydroxytyrosol, tyrosol, cafeïnezuur,
vanillezuur, (+)-1- acetoxypinoresionol en oleuropeïne, anti-oxidatieve
eigenschappen bezitten (24). Het is interessant, dat extracten van extra vierge
olijfolie, niet van geraffineerde olijfolie, die een combinatie van bekende en
onbekende fenolen bevatten bij veel lagere concentraties reeds effect sorteren
dan de individueel geteste bestanddelen. Dit geeft aan dat er een synergistisch
effect bestaat tussen de individuele bestanddelen dat de anti-oxidatieve werking
van die combinatie vergroot. Ook is gebleken dat extracten van extra vierge
olijfolie een sterk remmende werking hebben op de xanthine oxidase activiteit.
Xanthine oxidase is een enzym dat betrokken is bij de carcinogenese en xanthine
oxidase remmers hebben een chemotherapeutisch effect op kankercellen (24).
Soortgelijke waarnemingen zijn gedaan met betrekking tot de ontvankelijkheid van
LDL voor oxidatie. Oleuropeïne en tyrosol remmen, naar verluidt, LDL-oxidatie in
vitro, een veel sterker effect is echter bereikt met een combinatie van fenolen
uit extra vierge olijfolie in vergelijkbare concentraties (25;26). Daarbij is
ook aangetoond dat proto-catechuzuur en 3,4-hydroxyfenylethanol (DHPE) zeer
effectief zijn bij de bescherming van LDL tegen in vitro oxidatie (27). Bij dit
onderzoek is het LDL geïsoleerd en de fenolen zijn aan de LDL preparaten in
vitro toegevoegd. Bonanome et al., echter, hebben maaltijden rijk aan extra
vierge olijfolie toegediend aan gezonde vrijwilligers en hebben geconstateerd
dat direct na de maaltijd fenolen, waarbij het tyrosol- en hydroxytyrosolgehalte
is gemeten, in alle categorieën plasma lipoproteïnen aanwezig waren, behalve in
VLDL (very low-density lipoprotein), hetgeen vergezeld ging met een verhoging
van hun anti-oxidatieve werking (28). Ook is vastgesteld dat DHPE het
cytotoxische effect van reactieve zuurstof metabolieten op cellen kan
neutraliseren, waarmee celbeschadiging wordt voorkomen (29). Deiana et al.
hebben vastgesteld dat hydroxytyrosol een remmende werking heeft op DNA schade
door peroxinitriet (30).
Naast deze anti-oxidatieve werking hebben fenolen van extra vierge olijfolie
een duidelijk ontstekingsremmend effect. Petroni et al. hebben aangetoond dat
hydroxytyrosol, afhankelijk van de dosering, de vorming onderdrukt van het
ontstekingsbevorderende eicosanoïde, leukotrine B4 (31). De la Puerta heeft
geconstateerd dat niet alleen hydroxytyrosol, maar ook tyrosol, oleuropeïne en
cafeïnezuur, de vorming van leukotrine B4 onderdrukken door de activiteit van
het katalyserende enzym 5-lipoxygenase te remmen (32). Ook is gebleken dat het
extract van de olijfvrucht remmend werkt op dit enzym en dat de stoffen die dit
effect teweeg brengen DHPE, oleuropeïne en cafeïnezuur zijn (33). Petroni et al.
hebben nog een interessante en mogelijk heilzame werking van fenolen in
olijfolie op de gezondheid gevonden. Het is mogelijk dat door een belemmerend
effect op 5-lipozygenase van DHPE, en in mindere mate ook oleuropeïne, luteoline,
apigenine en quercitine, bloedplaatjes aggregatie en de vorming van
bloedplaatjes eicosanoïde in vitro wordt onderdrukt (34).
3.3 Smaakdragers
Van het blad en de vrucht van de olijfboom is bekend dat zij een natuurlijke
resistentie tegen 'aanvallen' van bacteriën en insecten hebben. Een reden
hiervoor is door Kubo et al. aangetoond. Zij hebben antimicrobiële activiteiten
van moleculen bestudeerd, die tot de grote groep van smaakdragers behoren (35).
Hieronder bevonden zich a-cyclische bestanddelen, zoals hexanal, nonanal,
hexanol 1 en 3 en heptanal 2, of nonenal 2 en cyclische mono- en sesquiterpene
hydrocarbonaten, zoals careen 2 of ß-farneseen. De meeste van deze bestanddelen
oefenden antimicrobiële activiteiten uit tegen een reeks van verschillende
micro-organismen, waaronder Staphylococcus aureus, Streptococcus mutans,
Escherichia coli, Candida utilis en Aspergillus niger (35). Het is nog niet
duidelijk wat de consequenties van deze vondst zullen zijn, maar aangezien een
aantal van de bacteriën en schimmels of toxines die door hen worden gevormd
schadelijk zijn voor de mens, is deze antimicrobiële beschermende werking nog
een aspect, dat zou kunnen bijdragen aan de geneeskrachtige eigenschappen van
olijfolie.
4 De invloed van de kleine bestanddelen op de
duurzaamheid van olijfolie
De hierboven genoemde kleine bestanddelen van olijfolie hebben niet alleen
gunstige effecten op de gezondheid van de mens, maar zijn ook belangrijk voor de
houdbaarheid en duurzaamheid van de olie. Verscheidene teams hebben
onafhankelijk van elkaar geconstateerd, dat de hoeveelheid fenolen in extra
vierge olijfolie in nauw verband staat met de duurzaamheid daarvan (2;36;37).
Men is echter minder eensgezind of ook tocoferol daaraan bijdraagt. Terwijl
Baldioli et al. geen enkel verband hebben aangetoond tussen de oxidatieve
duurzaamheid van de olie en de aanwezigheid van a-tocoferol (36), anderen
daarentegen hebben wel een kleine bijdrage van a-tocoferol gevonden(37), en een
Spaans team heeft zelfs een sterk verband tussen de oxidatieve duurzaamheid van
de olie en het a-tocoferolgehalte gevonden (2).
5 Samenvatting en conclusie
Olijfolie, en met name de extra vierge olijfolie, bevat een groot aantal
structureel heterogene bestanddelen, in zeer kleine concentraties. Deze
zogenaamde minder belangrijke bestanddelen omvatten vitamines zoals tocoferolen
(vitamine E), fenolen, koolwaterstoffen, sterolen en smaakdragers. Deze stoffen
zorgen voor de unieke smaak en geur van de olie en verhogen de duurzaamheid
ervan. Tevens zijn zij goed voor de gezondheid door hun preventieve werking op
schadelijke of ongezonde processen, zoals oxygeen radicaal opgewekte oxidatie
van vetten. Op grond daarvan is de aanwezigheid van deze bestanddelen in
olijfolie, met daarbij de gunstige vetzurensamenstelling, een extra reden om
olijfolie aan te bevelen als een belangrijke bron van vet in ons dagelijks
dieet.
6 Referenties
Kiritsakis A, Markakis P. Olive oil: a review. Adv. Food Res.
1987;31:453-82.:453-82.
Gutierrez F, Jimenez B, Ruiz A, Albi MA. Effect of olive ripeness on the
oxidative stability of virgin olive oil extracted from the varieties picual and
hojiblanca and on the different components involved. J Agric. Food Chem
1999;47:121-7.
Psomiadou E, Tsimidou M, Boskou D. alpha-tocopherol content of Greek virgin
olive oils. J Agric. Food Chem. 2000;48:1770-5. Owen RW, Mier W,
Giacosa A, Hull WE, Spiegelhalder B, Bartsch H. Phenolic compounds and squalene
in olive oils: the concentration and antioxidant potential of total phenols,
simple phenols, secoiridoids, lignansand squalene. Food Chem. Toxicol.
2000;38:647-59.
Brenes M, Garcia A, Garcia P, Rios JJ, Garrido A. Phenolic compounds in
Spanish olive oils. J Agric.Food Chem. 1999;47:3535-40.
Visioli F, Galli C, Bornet F et al. Olive oil phenolics are dose-dependently
absorbed in humans. FEBS Lett. 2000;468:159-60.
Jha P, Flather M, Lonn E, Farkouh M, Yusuf S. The antioxidant vitamins and
cardiovascular disease: a critical review of epidemiologic and clinical trial
data. Ann.Intern.Med. 1996;124:934.
Stampfer MJ, Rimm EB. Epidemiologic evidence for vitamin E in prevention of
cardiovascular disease. Am.J.Clin.Nutr. 1995;62:S1365-S1369.
Stephens NG, Parsons A, Schofield PM, Kelly F, Cheeseman KH, Mitchinson MJ.
Randomised controlled trial of vitamin E in patients with coronary disease:
Cambridge Heart Antioxidant Study (CHAOS). Lancet 1996;347:781-6.
Dietary supplementation with n-3 polyunsaturated fatty acids and vitamin E
after myocardial infarction: results of the GISSI-Prevenzione trial. Gruppo
Italiano per lo Studio della Sopravvivenza nell'Infarto miocardico. Lancet
1999;354:447-55.
Yusuf S, Dagenais G, Pogue J, Bosch J, Sleight P. Vitamin E supplementation
and cardiovascular events in high-risk patients. The Heart Outcomes Prevention
Evaluation Study Investigators. N Engl J Med 2000;20;342:154-60.
Boscoboinik D, Szewczyk A, Hensey C, Azzi A. Inhibition of cell proliferation
by alpha-tocopherol. Role of protein kinase C. J Biol.Chem 1991;266:6188-94.
Devaraj S, Li D, Jialal I. The effects of alpha tocopherol supplementation on
monocyte function. Decreased lipid oxidation, interleukin 1 beta secretion, and
monocyte adhesion to endothelium. J Clin.Invest 1996;98:756-63.
Freedman JE, Farhat JH, Loscalzo J, Keaney JF. alpha-tocopherol inhibits
aggregation of human platelets by a protein kinase C-dependent mechanism.
Circulation 1996;94:2434-40.
Islam KN, Devaraj S, Jialal I. alpha-Tocopherol enrichment of monocytes
decreases agonist-induced adhesion to human endothelial cells. Circulation
1998;98:2255-61.
Devaraj S, Jialal I. Alpha-tocopherol decreases interleukin-1 beta release
from activated human monocytes by inhibition of 5-lipoxygenase.
Arterioscler.Thromb.Vasc.Biol. 1999;19:1125-33.
Steinberg D. Clinical trials of antioxidants in atherosclerosis - are we
doing the right thing? Lancet 1995;346:36-8.
Pratico D, Tangirala RK, Rader DJ, Rokach J, FitzGerald GA. Vitamin E
suppresses isoprostane generation in vivo and reduces atherosclerosis in
ApoE-deficient mice. Nat.Med 1998;4:1189-92.
Terasawa Y, Ladha Z, Leonard SW et al. Increased atherosclerosis in
hyperlipidemic mice deficient in alpha -tocopherol transfer protein and vitamin
E. Proc.Natl.Acad.Sci.U.S.A 2000;97:13830-4.
Shklar G, Oh SK. Experimental basis for cancer prevention by vitamin E.
Cancer Invest 2000;18:214-22. Heinonen OP, Albanes D, Virtamo J et
al. Prostate cancer and supplementation with alpha-tocopherol and beta-carotene:
incidence and mortality in a controlled trial. J Natl.Cancer Inst.
1998;90:440-6. Benner SE, Winn RJ, Lippman SM et al. Regression of
oral leukoplakia with alpha-tocopherol: a community clinical oncology program
chemoprevention study. J Natl.Cancer Inst. 1993;85:44-7. Blot WJ, LI
JY, Taylor PR et al. Nutrition intervention trials in Linxian, China:
supplementation with specific vitamin/mineral combinations, cancer incidence,
and disease-specific mortality in the general population. J Natl.Cancer Inst.
1993;85:1483-92. Owen RW, Giacosa A, Hull WE, Haubner R,
Spiegelhalder B, Bartsch H. The antioxidant/anticancer potential of phenolic
compounds isolated from olive oil. Eur.J Cancer 2000;36:1235-47.
Visioli F, Galli C. Oleuropein protects low density lipoprotein from oxidation.
Life Sci. 1994;55:1965-71. Caruso D, Berra B, Giavarini F, Cortesi
N, Fedeli E, Galli G. Effect of virgin olive oil phenolic compounds on in vitro
oxidation of human low density lipoproteins. Nutr.Metab Cardiovasc.Dis.
1999;9:102-7. Masella R, Cantafora A, Modesti D et al. Antioxidant
activity of 3,4-DHPEA-EA and protocatechuic acid: a comparative assessment with
other olive oil biophenols. Redox.Rep. 1999;4:113-21. Bonanome A,
Pagnan A, Caruso D et al. Evidence of postprandial absorption of olive oil
phenols in humans. Nutr.Metab Cardiovasc.Dis. 2000;10:111-20. Manna
C, Galletti P, Cucciolla V, Moltedo O, Leone A, Zappia V. The protective effect
of the olive oil polyphenol (3,4-dihydroxyphenyl)-ethanol counteracts reactive
oxygen metabolite-induced cytotoxicity in Caco-2 cells. J Nutr. 1997;127:286-92.
Deiana M, Aruoma OI, Bianchi ML et al. Inhibition of peroxynitrite dependent DNA
base modification and tyrosine nitration by the extra virgin olive oil-derived
antioxidant hydroxytyrosol. Free Radic.Biol.Med 1999;26:762-9.
Petroni A, Blasevich M, Papini N, Salami M, Sala A, Galli C. Inhibition of
leukocyte leukotriene B4 production by an olive oil-derived phenol identified by
mass-spectrometry. Thromb.Res. 1997;87:315-22. de la Puerta R, Ruiz
Gutierrez V, Hoult JR. Inhibition of leukocyte 5-lipoxygenase by phenolics from
virgin olive oil. Biochem.Pharmacol. 1999;57:445-9. Kohyama N,
Nagata T, Fujimoto S, Sekiya K. Inhibition of arachidonate lipoxygenase
activities by 2-(3,4-dihydroxyphenyl)ethanol, a phenolic compound from olives.
Biosci.Biotechnol.Biochem. 1997;61:347-50. Petroni A, Blasevich M,
Salami M, Papini N, Montedoro GF, Galli C. Inhibition of platelet aggregation
and eicosanoid production by phenolic components of olive oil. Thromb.Res.
1995;78:151-60. Kubo A, Lunde CS, Kubo I. Antimicrobial activity of
the olive oil flavor compounds. J Agric.Food Chem 1995;43:1629-33.
Baldioli M, Servili M, Perretti G, Montedoro GF. Antioxidant activity of
tocopherols and phenolic compounds of virgin olive oil. JAOCS 1996;73:1589-93.
Aparicio R, Roda L, Albi MA, Gutierrez F. Effect of various compounds on virgin
olive oil stability measured by Rancimat. J Agric.Food Chem 1999;47:4150-5.
|
|